geschiedenis

In 1622 was ‘'St. Joris Doele’ de sociëteit van het gilde van de voetboogschutters. Toen na 1680 regelmatig door een orkest van stadsmuzikanten concerten werden gegeven in 'De Doele' aan het Haagscheveer, vlakbij de Delftsche Poort. Vanaf 1697 kreeg 'de Doele' toestemming van het stadsbestuur om openbare concerten te geven, zolang de concerten "geschiede zonder de minste aanstotelijkheid off eenige drank zal mogen genuttigd werden".

de Doelen aan Coolsingel en bombardement in Rotterdam
de Doelen aan Coolsingel en bombardement in Rotterdam
In 1844 werd de 'Groote Doelezaal' aan de Coolsingel geopend ter vervanging van 'De Doele' aan het Haagscheveer. Na een kleine honderd jaar gebruik als concertgebouw en voor feesten, moest deze zaal wegens bouwvalligheid in 1930 worden gesloten. De nieuwe Doelenzaal die in 1934 in gebruik werd genomen, werd in mei 1940 bij het bombardement van Rotterdam verwoest. Het bombardement van mei 1940 vernietigde niet alleen de historische kern van Rotterdam, maar ook een bloeiend, veelzijdig en internationaal muziekleven. Voor de officiële opening werd het gebouw in de omgang 'Rotterdams Concertgebouw' genoemd – zeer tegen de zin van het Amsterdams Concertgebouw. Het gemeentebestuur koos op 19 juni 1965 voor de naam 'de Doelen’, ook omdat het vanaf het gemeenteraadsbesluit in 1955, waarin tot de bouw besloten werd, steeds duidelijk was dat het een concert- én congresgebouw moest zijn.
het Huidige gebouw
Op 9 juli 1962 sloeg Eduard Flipse de eerste paal van het huidige gebouw: een ontwerp van de architecten E.H. en H.M. Kraaijvanger en R.H. Fledderus. Op 18 mei 1966 werd Concert- en congresgebouw de Doelen geopend en kon de tot in de 17e eeuw teruggaande traditie van een Rotterdams concertgebouw met de naam 'de Doelen' weer in ere worden hersteld.
de Opbouwdag 18 mei 1966
de Opbouwdag 18 mei 1966
De officiële opening in 1966 vond plaats op 18 mei, de jaarlijkse viering van Opbouwdag. Die datum herinnerde aan de opdracht van het stadsbestuur aan stadsarchitect Witteveen om een nieuwe stad te ontwerpen - vier dagen al na het bombardement op 14 mei 1940. Die doortastendheid was tekenend voor de wederopbouwtijd, waarin alle aandacht ging naar wonen en werken. Jaarlijks werden op Opbouwdag nieuwe gebouwen, havenkades en woonflats feestelijk geopend. ­ Dat Opbouwdag 1966 in het teken stond van de opening van een cultuurplateis als de Doelen (en van de ondergrondse Schouwburgpleingarage, een noviteit van de eerste orde!) werd gevoeld als een bekroning van de wederopbouw.­
het Doeleneffect
Tegen de aanvankelijke verwachtingen in bleek er van de kant van het publiek een zo grote belangstelling te bestaan voor de concerten in de Doelen dat men in het land al snel ging spreken van het zogenaamde 'Doeleneffect' als variant op de bekende economische wet: 'aanbod schept vraag'. De akoestiek van de Grote Zaal werd vanaf het eerste begin alom geroemd. Muziekliefhebber Herman Kraaijvanger was ook
bij de planvorming betrokken. De grote zaal werd vanaf het begin geroemd vanwege de akoestiek, die na de verbouwing nog verbeterd is. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest kon zich ontplooien, op relatief grote schaal konden andere muziekvormen van kamermuziek tot jazz en pop goed gedijen en het concertpubliek groeide in een paar jaar naar een omvang die bijna vier keer zo groot was als voor de totstandkoming van de Doelen. Doelencomplex is in 2013 voorgedragen als Rijksmonument.

meer weten over de Doelen geschiedenis?