'Het beste is het raadsel te vergroten'

Kort voor zijn overlijden in februari 2020 stelde Reinbert de Leeuw het programma What is the Word? samen. Het draagt onmiskenbaar zijn signatuur: puur, indringend en intens. Hij koos stukken van zijn geliefde componisten. Twee daarvan, Jan van de Putte en Klaas de Vries, componeerden speciaal hiervoor nieuw werk.  Joep Christenhusz interviewde De Leeuw over dit concert. De foto’s bij dit interview zijn in januari 2020 gemaakt door Eduardus Lee tijdens het programma What is the Word, het laatste concert van Reinbert de Leeuw.

What is the Word? wordt op zondag 27 september 2020 in de Grote Zaal van de Doelen nogmaals uitgevoerd door het Asko|Schönberg ensemble. Hier onder leiding van Fergus McAlpine en met Marja Bon op de pianino, mezzosopraan Gerrie de Vries en pianist Pauline Post.


tickets & info

Interview What is the Word

De buffetpiano (pianino) fluistert onder de vilten dempers van haar oefenpedaal. In zijn Amsterdamse appartement, vlakbij het Vondelpark, veegt Reinbert de Leeuw een handvol tonen uit de toetsen. “Een halve toonladder van c, meer is het niet”, zegt hij. “Toch snijden deze maten me telkens weer de adem af. Hoe dat kan? Wist ik het maar.”

Op de piano staat ‘Omaggio a Bartók’, een passage uit György Kurtágs What is the Word. Voor De Leeuw markeerde het werk zijn eerste kennismaking met de Hongaarse componist. We schrijven het Holland Festival van 1995, repetities onder het toeluisterend oor van Kurtág zelf. “Slopende sessies op de vierkante millimeter”, herinnert De Leeuw zich. “Als het niet precies klonk zoals hij wilde, dan ‘Nein! Nein!’”

Kurtág bleek een muzikale zielsverwant. De afgelopen kwart eeuw zette De Leeuw zich onvermoeibaar in voor diens werk. Summum: de met een Edison bekroonde Kurtág-box, die hij opnam met Asko|Schönberg. Ook What is the Word staat erop: “Het blijft een verpletterend stuk, misschien wel het beste dat Kurtág ooit geschreven heeft.” 

De menselijke conditie

Toen Asko|Schönberg De Leeuw vroeg om een programmablok samen te stellen voor het project Words & Music, was dus duidelijk dat What is the Word het hart zou vormen van de programmering. Daarnaast moesten er nieuwe stukken komen. De Leeuw: “Ik wist meteen dat ik Jan van de Putte en Klaas de Vries moest vragen. Ik vind beiden zeer bijzondere componisten, en ze hebben een grote affiniteit met Kurtág.” 

Derde vereiste: het zou geen concert, maar een voorstelling worden. “Muziek, tekst, licht en performance vormen één geheel, rond één centraal thema”, zegt De Leeuw. Wat dat thema is? “Zoeken naar betekenis voorbij de taal. Streven naar iets dat per definitie onbereikbaar is. Zwoegen, maar geen steek verder komen. Noem het de menselijke conditie.”

 

‘Wir haben sie!’

Woorden. Muziek. Worstelen. Als die elementen ergens samenkomen, dan is het in What is the Word. Kurtág componeerde het stuk in 1991 voor de Hongaarse zangeres en actrice Ildikó Monyók die bij een ongeval haar spraakvermogen verloor. Voor de tekst greep hij terug naar een gedicht van Samuel Beckett.

De Leeuw: “In What is the Word houden de woorden op taal te zijn. Wat overblijft is gestamel en gestotter, een wanhopig zoeken naar het juiste woord. Om die strijd op muziek te zetten vraagt Kurtág om nuances die zich niet meer op laten schrijven in gangbare notatie. Hij gebruikt komma’s, streepjes. Een stippellijntje hier, een pijltje daar. Hoe voer je dat in godsnaam uit?” 

Na de partituur diverse keren met Kurtág te hebben doorgenomen, weet De Leeuw: “Het moet klinken als een strijd. Met mooi zingen heeft het geen bal te maken.” Iemand die dat feilloos aanvoelt, is mezzosopraan Gerrie de Vries die op voornoemde Kurtág-box de solorol van What is the Word vertolkt. Het had trouwens niet veel gescheeld of het stuk had er helemaal niet opgestaan, vertelt De Leeuw: “Kurtág had What is the Word speciaal voor Monyók geschreven en met haar overlijden in 2012 had hij ook het stuk dood verklaard.”

Gelukkig kwam Renee Jonker, nauw betrokken bij het cd-project, op het idee om De Vries aan Kurtág voor te stellen. “Een schot in de roos”, zegt De Leeuw. “Gerrie heeft precies de laagte die nodig is voor die partij, en ze is ongelooflijk theatraal. Ik heb er nog altijd spijt van dat ik daar zelf niet opgekomen ben.”

De Leeuw herinnert zich nog goed hoe ze met een opname van De Vries bij Kurtág langs gingen in Bordeaux: “Daar zaten we dan in zijn werkkamer. Spaans benauwd had ik het. De opname begint, en bij de derde noot: ‘Wunderbar! Wir haben sie.’ Hij was helemaal gelukkig. Als dank heeft Gerrie het alleenrecht gekregen op de oorspronkelijke versie van het stuk.

 

Onbereikbaar slot

Het is die oerversie die vandaag op het programma staat. Vergeleken met de latere bewerking voor ensemble en koor, valt de volslagen uitgebeende bezetting van de muziek op: een enkele stem, begeleid door een gedempte pianino.

Om zich optimaal voor te kunnen bereiden, liet De Leeuw een pianino installeren in zijn werkkamer: “Ik ben nu al verslaafd. Die klank met dat studiepedaal is exemplarisch voor het geworstel in What is the Word. Vechten om gehoord te worden, terwijl de kracht ontbreekt. Díe spanning is karakteristiek voor Kurtág.”

Ook in de premièrestukken van de voorstelling is een hoofdrol weggelegd voor het instrument. Jan van de Putte werkt op het moment van schrijven nog aan zijn compositie, maar laat in een eigen toelichting weten dat hij zich in Diese Freiheit baseert op Kafka’s Het slot. In de labyrintische roman doet de landmeter K. verwoede maar vergeefse pogingen om in contact te komen met zijn opdrachtgevers in het kasteel. Ook hier: zwoegen, zonder verder te komen.

Als metafoor voor het onbereikbare slot laat Van de Putte in Diese Freiheit een disklavier (automatische piano) boven het podium hangen. Onverstoorbaar ploegt het instrument voort. Op de bühne zangeres en pianino, waarvan de klank steeds verder verwatert in uitgecomponeerde echo’s van een accordeon en een hammondorgel.

 

Signalen en echo’s

In Roundelay, voor twee vleugels, zangeres en pianino, baseerde Klaas de Vries zich op een gelijknamig kort gedicht van – eveneens – Beckett. Wie Kurtágs recente opera Fin de partie zag, herkent de tekst uit de openingsscène. In het gedicht rolt een handvol woorden af en aan, als golven op een strand. De vorm is strikt symmetrisch: een slang die zichzelf in de staart bijt.

Naar analogie gaf De Vries zijn Roundelay een spiegelvorm. Gedurende het stuk beweegt de zangeres zich langzaam over het podium, in een zorgvuldig uitgeschreven choreografie die uitkomt op haar beginpunt. Ondertussen ontvouwt de muziek zich als een spel van vraag en antwoord, signalen en echo’s.

Wat er precies tussen de musici wordt gecommuniceerd? De Leeuw: “Dat is nou juist de vraag. Het is een raadsel waar de taal op stuk slaat, net zoals Becketts tekst zich aan zijn eigen woorden onttrekt. Die onuitsprekelijkheid vormt het wezen van muziek. Waarom krijgen we tranen in de ogen van de inzet van Erbarme dich? Op mijn 81e sta ik nog altijd met de mond vol tanden. Dat is maar goed ook. Zoals mijn goede vriend Harry Mulisch zei: 'Het beste is het raadsel te vergroten.'”

 

Kale kwint

Over raadsels gesproken: om de voorstelling te kaderen zocht De Leeuw twee liederen, die konden dienen als proloog en epiloog. Bij wijze van inleiding klinkt Hamlets dialoog met zijn geweten, een lied uit Sjostakovitsj’ late Tsvetayeva-cyclus. “Ook daarin gaat het over stamelen”, zegt De Leeuw over de enigmatische tekst.

Tot slot Der Doppelgänger van Schubert, een stuk dat De Leeuw in 2003 bewerkte voor meta-liedcyclus Im wunderschönen Monat Mai, een compositie over het romantische lied. De Leeuw: “Het is muziek zonder vlees, alleen maar botten, geschreven door iemand die de dood in de ogen kijkt. En dan die extremen in dynamiek. Drie fortes in de ene maat, gevolgd door drie piano’s in de volgende. Het is muziek die uit het diepste van iemand komt.”

Aan de buffetpiano in zijn werkkamer vertelt De Leeuw over een ontdekking die hij recentelijk deed. Hij speelt de slotmaten van Sjostakovitsj: zoekende harmonieën die uitmonden in een kale kwint op g. Daarna Schubert, die opent met exact hetzelfde interval. 

Een week na het interview gaat de telefoon. De Leeuw. Hij speelde gisteren What is the Word nog even door. Wat blijkt: “De laatste vier tonen van What is the Word vormen dezelfde melodie als de eerste vier van Schubert. “Het is alsof dit is voorbestemd.”

cookies

We gebruiken cookies om uw bezoek aan deze website zo plezierig mogelijk te maken. We onthouden bijvoorbeeld uw persoonlijke instellingen. Ook gebruiken we Google Analytics om inzage te krijgen in de gebruiksvriendelijkheid van de website en deze vervolgens te kunnen verbeteren. meer informatie…

cookie instellingen