Wilhelmus

Wist je dat het Wilhelmus ooit een vrolijk soldatenlied was? En dat de huidige versie een negentiende-eeuwse uitvinding is? Een lesje liedgeschiedenis. Het Wilhelmus, van strijdlied in de Tachtigjarige Oorlog naar nationaal volkslied. 

Geuzenlied 

De tekst van het Wilhelmus is tussen 1568 en 1572 geschreven door een onbekende dichter. De Nederlandse Opstand tegen de Spaanse overheersers, die tachtig jaar lang ons land in zijn greep hield, was net begonnen. Ter verdediging en promotie van de grootste held in deze oorlog, Willem van Oranje, werden allerlei liederen geschreven. Deze liederen kwamen bekend te staan als de ‘geuzenliederen’, naar de scheldnaam ‘geuzen’ voor de opstandelingen, en werden op losse bladen verspreid door marskramers en venters. Het Wilhelmus is het bekendste geuzenlied. Het lied was een wapen in de strijd tegen de Spanjaarden en werd gezongen door soldaten en andere ‘geusgezinden’. Het zingen van liederen had een positief effect op het moreel en hielp de vijand bang te maken. Het lied had ook een vermaaksfunctie onder het volk: Nederlanders waren dol op zingen en daarbij werd vaak gedanst. 

Luister hier naar diverse Geuzenliederen rond Willem van Oranje: 

melodie 

Dansen op het Wilhelmus? Jazeker! De oorspronkelijke melodie van het Wilhelmus is een veel vrolijker deuntje dan vandaag de dag. De zestiende-eeuwse strijdliederen werden geschreven op bekende, vaak oude en traditionele melodieën, zodat iedereen ze gemakkelijk mee kon zingen. Er werd ook gebruik gemaakt van muziek van de vijand: spotliederen kregen een extra lading door bijvoorbeeld een spottende tekst over de Spanjaarden te zingen op de melodie van een Spaanse katholieke hymne. Het Wilhelmus werd gezongen ‘Na de wijse van Chartres’. Dit was een Frans lied over een mislukte poging van de hugenoten (Franse protestanten) om de stad Chartres te bezetten. Door het Wilhelmus op deze melodie te zetten, spotten de auteurs van het Wilhelmus met deze mislukte opstand in Chartres, door er een nieuwe protestantsgezinde tekst op te zetten.  
 
Luister hier naar twee versies van het Wilhelmus met de oorspronkelijke melodie: 

 

Een nieuw Christelick Liedt gemaect ter eeren des Doorluchtichsten 
Heeren, Heere Wilhelm Prince van Oraengien, Grave van Nassou, 
Patris Patria, mijnen G. Forsten ende Heeren. Waer van deerste 
Capitael letteren van elck veers, syner F.G. name metbrengen. 
 
Na de wijse van Chartres. 
 
Wilhelmus van Nassouwe 
Ben ick van Duytschen bloet, 
Den Vaderlant ghetrouwe 
Blijf ick tot inden doot: 
5 Een Prince van Oraengien 
Ben ick vrij onverveert, 
Den Coninck van Hispaengien 
Heb ick altijt gheeert.  

succesnummer  

Het Wilhelmus werd zo’n succes dat andere liederen niet meer naar de ‘wijse van Chartres’ verwezen, maar naar de melodie van het Wilhelmus, zoals dit lied ‘Hoe Die Spaanse Hoeren Komen Klagen’: 


 
[transcriptie] 
Hoe die Spaensche Hoeren comen klagen, om datmen de Spaengiaerts wil verjagen. Op de wyse van Wilhelmus van Nassouwen 
  
Ick heb droefheyt vernomen,' 
Sprack daer een Spaensche Poet, 
Hier is qua tydingh ghecomen 
Die ons versuchten doet, 
Dat al ons fraey Seignoeren 
Moeten naer Spaengien Coen, 
Wat sullen wy Spaensche Hoeren 
Nu altemael gaen doen?' 
 
[vertaling naar modern Nederlands van het eerste couplet] 
Hoe dat de Spanjolenhoeren komen klagen omdat men de Spanjaarden wil verjagen. Op de wijze van Wilhelmus van Nassouwen 
  
Ik heb iets gehoord wat me droevig maakt, 
Zei een Spanjolenhoer, 
Er is slecht nieuws gekomen, 
Dat ons doet weeklagen: 
Dat al onze fraaie sinjeuren 
Naar Spanje moeten. 
Wat moeten wij Spanjolenhoeren 
Nu allemaal gaan doen? 

plechtig koraal 

Veel geuzenliederen bleven lange tijd populair, een aantal worden vandaag de dag nog gezongen bijvoorbeeld bij de jaarlijkse viering op 3 oktober van Leidens Ontzet. De Tachtigjarige Oorlog werd gezien als een belangrijke strijd in de vorming van de Nederlandse staat. De geuzenliederen, die verhalen over de vrijheidsstrijd die de Nederlanders leverden, bleven een herinnering aan de vorming van onze staat. De van oorsprong losse liedbladen werden gebundeld tot boeken en tot ver in de zeventiende eeuw herdrukt. In de achttiende eeuw werd het wat stiller rond de geuzenliederen, maar in de negentiende eeuw kwam een nieuwe bloeiperiode onder invloed van het nationalisme. Met nostalgie werd teruggekeken naar de wordingsgeschiedenis van de Nederlandse staat. Eén van de zeventiende-eeuwse liedboeken die herdrukt werd en opnieuw aan populariteit won was de Nederlandtsche gedenck-clanck uit 1626 van Adriaen Valerius. Valerius had in dit boek zestiende-eeuwse geuzenliederen, waaronder het Wilhelmus, gebundeld en van muzieknotatie voorzien. De genoteerde melodieën paste hij hier en daar aan, waaronder die van het Wilhelmus. De plechtige melodie zoals wij die nu kennen was geboren. Valerius’ versies van de geuzenliederen werden vanaf de negentiende eeuw vooral onderdeel van het Nederlandse collectieve geheugen doordat ze op school werden aangeleerd, in populaire liedboeken stonden zoals ‘Kun je nog zingen, zing dan mee’ en steeds vaker bij nationale vieringen werden gezongen.  
 
Luister hier naar een bijzondere versie van Valerius’ Gedenck-clanck op orgel met variaties:  

nationaal volkslied 

In 1932 werd het Wilhelmus officieel het Nederlandse volkslied. Het wordt beschouwd als een van de oudste volksliederen ter wereld. Dat ging niet geheel zonder slag of stoot. Het Oranjegezinde lied werd onder andere door socialistische Nederlanders niet gewaardeerd en bij het ontstaan van ons Koninkrijk der Nederlanden in 1815 werd een nieuw volkslied geschreven: Wien Neêrlands bloed. Maar het Wilhelmus bleef doorklinken en werd opnieuw een strijdlied in de Tweede Wereldoorlog. Vooral het zesde couplet werd in de strijd tegen Duitsland populair vanwege de tekstregel ‘de tirannie verdrijven’ en vanwege het vrome karakter. Daarom zingen we vandaag de dag regelmatig naast het eerste, ook het zesde couplet.  
 
Luister hier naar het eerste en zesde couplet van het Wilhelmus: 

 
Zing je mee? 
 
Eerste couplet 
Wilhelmus van Nassouwe 
ben ik, van Duitsen bloed, 
den vaderland getrouwe 
blijf ik tot in den dood. 
Een Prinse van Oranje 
ben ik, vrij onverveerd, 
den Koning van Hispanje 
heb ik altijd geëerd. 
 
Zesde couplet 
Mijn schild ende betrouwen 
zijt Gij, o God mijn Heer, 
op U zo wil ik bouwen, 
Verlaat mij nimmermeer. 
Dat ik toch vroom mag blijven, 
uw dienaar t'aller stond, 
de tirannie verdrijven 
die mij mijn hart doorwondt. 

Luister ook naar het Nationaal Vrouwen Jeugdkoor die in 2005 een a capella opname heeft gemaakt van het Wilhelmus in een arrangement van Ben van Oosten.



 

cookies

We gebruiken cookies om uw bezoek aan deze website zo plezierig mogelijk te maken. We onthouden bijvoorbeeld uw persoonlijke instellingen. Ook gebruiken we Google Analytics om inzage te krijgen in de gebruiksvriendelijkheid van de website en deze vervolgens te kunnen verbeteren. meer informatie…

cookie instellingen