interview Shunske Sato en Folkert Uhde

De Kunst der Fuge is een bizar en intrigerend muzikaal bouwwerk. Voor welk instrument Bach dit werk in gedachten had, liet hij in het midden. Zo ontstond het idee van artistiek leider en violist Shunske Sato om een eigen instrumentatie te maken, speciaal voor het 100-jarig bestaan van de Nederlandse Bachvereniging. In dit interview vertelt Shunske Sato over dit bijzondere concert, samen met regisseur Folkert Uhde.  

Ben jij er bij?

Kunst der Fuge belicht
Nederlandse Bachvereniging
vr 8 okt | 20.15 | Grote Zaal

info & tickets

bergbeklimmen  

'De Kunst der Fuge is één van de meesterwerken uit de muziekgeschiedenis. Al heel vroeg hoorde ik het stuk voor het eerst’, zegt Shunske Sato. ‘Het is een bergtop die je eens beklommen moet hebben. Het werk is fascinerend doordat het omringd is met vraagtekens. Voor welk instrument is het geschreven, waar gaat deze muziek over, en uiteraard de eeuwige vraag: is de compositie onvoltooid?’   

vlieguren  

‘Het lag helemaal niet voor de hand dat Bach de fuga erbij pakte om zich vervolgens in een fantastisch avontuur te storten. Nog maar weinig musici schreven fuga’s in die tijd, de jaren veertig van de achttiende eeuw. Maar Bach wilde altijd beter worden in wat hij deed. Hij hield ervan om zijn werk te perfectioneren. Hij wilde zichzelf verbeteren, details verfijnen. En dat deed hij door enorm hard te werken, door vlieguren te maken. Iemand vroeg hem eens hoe het kwam dat hij zo goed orgel speelde. En hij antwoordde simpelweg met: “Goed oefenen”. Ik heb Bachs handschrift van de Kunst der Fuge bestudeerd toen ik aan de slag ging met dit project van de Bachvereniging, en dan zie je hem denken en zichzelf verbeteren. Zo inspirerend!’

stemmenweefsel  

Sato ging voor het jubileumseizoen van de Bachvereniging aan de slag met het werk en betrok alle zangers en instrumentalisten van het ensemble erbij. Hij is hoorbaar verguld met het project: ‘Deze muziek gaat over stemvoering, over het combineren van stemmen, over contrapunt. Je kunt de Kunst der Fuge op vier saxofoons spelen, maar ook op vier strijkinstrumenten. Talloze ensembles in diverse bezetting hebben het uitgevoerd. Het gaat dan ook niet om het instrument, maar om het stemmenweefsel. Iedere fuga heeft een ander karakter. Aan de hand van het ritme, de maatsoort, de chromatische lijnen en noem maar op kun je bepalen welk instrument het geschiktste is. Voor onze uitvoering heb ik elk deel nauwkeurig bestudeerd om zo te kunnen vaststellen welke instrumenten je het beste kunt gebruiken. Ik wilde de hele Bachvereniging laten klinken, ook de zangers doen mee, ze zingen tekstloos, ze vocaliseren. Ik wil de Kunst der Fuge niet laten horen als een serie fuga’s, maar ik wil de veelkleurigheid van het werk laten horen door veel verschillende instrumenten in te zetten.’  

groeien en bloeien  

‘De Kunst der Fuge vormt een catalogus van fugatische mogelijkheden: thema, tweede thema, dubbelfuga, tripelfuga. De technische schrijfwijze is niet bijzonder, die zie je overal in Bachs oeuvre. Hij ging niet opeens complexer componeren, dat deed hij al. Maar het spannende is dat hij een klein beetje muzikaal materiaal, een minieme muzikale kern, over een hele reeks stukken heeft laten groeien en bloeien. En dat is typerend voor Bach, met weinig middelen maakt hij iets groots.’  

‘In deze muziek verkent Bach het schrijven van een fuga op alle mogelijke manieren. Hij begint eenvoudig, pas gaandeweg werkt hij met omkeringen en spiegelingen. Dan wordt het zo complex dat je helemaal niet begrijpt hoe iemand het heeft kunnen bedenken.’ Sato neemt die aanpak over in zijn instrumentatie en begint met een eenvoudige bezetting. In de loop van het stuk combineert hij cornetto met gamba en hobo da caccia met trombone, je hoort combinaties die je niet een-twee-drie verwacht. ‘Contrapunctus VI in Stylo Francese bijvoorbeeld,’ zegt Sato, ‘moet rijk en feestelijk klinken, met veel verschillende instrumenten. Mijn hoop is dat de instrumentatie kleur en profiel geeft aan elk deel in ieders partij, waardoor de muziek zo goed mogelijk tot zijn recht komt en de genialiteit ervan nog beter hoorbaar is. En bij alles geldt: de muziek is het belangrijkste, niet de instrumentatie, die moet alleen maar de noten zo goed mogelijk tot hun recht laten komen. Per deel hoor je kleur en stijl.’  

De Nederlandse Bachvereniging pakt flink uit voor deze productie en werkt samen met regisseur Folkert Uhde, hij is verantwoordelijk voor het podiumbeeld. Uhde: ‘De Kunst der Fuge is voor mij het bewijs dat constructie en emotie wel degelijk samen kunnen gaan. Ik zie het als een uitdaging om het wonder van deze muziek te polijsten en nog meer glans te geven.’  

belevenis  

Uhde, geschoold als barokviolist, vervolgt: ‘Zeker, de Kunst der Fuge is een buitengewoon gecompliceerd werk, zoals Shunske zegt, de abstractiegraad ervan maakt het minder toegankelijk dan ander werk van Bach. Wanneer je een stuk als dit ensceneert en met licht werkt gebeurt er iets, iets anders dan wanneer je alleen de muziek hoort. Bijvoorbeeld: als je licht inzet als ware het daglicht en dat gedurende het concert laat kruipen van links naar rechts heeft dat invloed op je besef van tijd. De zonnestand verandert heel langzaam gedurende de dag, je merkt pas verschil na een tijdje, dat is net als een aangepaste lichtbeleving in de zaal: pas aan het einde van het concert heb je door dat de stand van het licht is veranderd, zo natuurlijk is dat gegaan. En: als er een spotje op een musicus staat, luister je hoe dan ook anders, je verbeeldt je dat je hem of haar beter kunt horen. Zo kun je spelen met heel veel factoren die de luisterervaring beïnvloeden en van zo’n complex werk een belevenis maken.’   

fantasie  

‘Vroeger zong ik in een kerkkoor, muziek van Bach en Schütz, ik hou van die muziek. Maar ik speelde ook pop op gitaar, had lang haar en hing rond met coole jongens. Ik vond het altijd frustrerend dat zij niet echt geïnteresseerd waren in die andere muziek van mij. Klassieke muziek is niet saai en stijf, de setting, de benadering ervan kan alle verschil maken. Musici anders plaatsen in de ruimte dan we gewend zijn van de gemiddelde concertopstelling, werken met de effecten van licht, allemaal zeer boeiende zaken om de concertbeleving te verrijken. En wat voor kleding moet er eigenlijk gedragen worden? Afstandelijk zwart of iets waarmee je je als luisteraar kunt identificeren? Door voor deze dingen een goed ontwerp, een plan te bedenken voeg je iets toe aan de muziek dat de geest kan openen en ruimte kan bieden voor reflectie. De fantasie wordt geprikkeld.’ ‘Weet je wat ook enorm belangrijk is? Dat de musici geconcentreerd naar hun collega’s luisteren als ze zelf een paar maten rust hebben. Ook dat ziet het publiek en het creëert een hoge concentratiegraad in de zaal. Ik kan hierop weer inspelen met licht. Nu denk je misschien dat de tenor in blauw schijnsel komt te staan en er allerlei franjes aan de muziek worden toegevoegd, maar dat is geenszins het geval. Altijd werk ik zo dat noch de luisteraar noch de musicus wordt afgeleid van de muziek, datgene waarom het werkelijk draait.’  

Interview met Shushke Sato en Folkert Uhde door Frederike Berntsen en Marloes Biermans 

cookies

By continuing to browse our site, you are accepting our cookie policy. This allows us to offer you personalized promotions and content tailored to your interests, we can also connect to social networks, analyzing and executing traffic, statistics and site performance.